Blaricum, pas op !
Er spelen momenteel een aantal zaken die het dorp dreigen aan te tasten:
Het concept bestemmingsplan villagebieden. Slechts enkele dagen voor de raad-commissievergadering van 24 april 2008 werden wij voor de eerste maal geconfronteerd met het concept bestemmingsplan villagebieden. De nu ingegane inspraakfase biedt ieder de mogelijkheid biedt om er zijn of haar mening over te geven, maar is natuurlijk niet bedoeld om de fouten, tegenstrijdigheden en tekortkomingen uit zo’n plan te zeven. Dat laatste blijkt wel degelijk noodzakelijk te zijn. Net als indertijd bij het conceptplan ‘dorp’ is ook nu weer zeer grote oplettendheid nodig om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Ook is bij de behandeling in de raad gebleken dat er niet automatisch van kan worden uitgegaan dat de verstrekte informatie altijd klopt. Hoofdpunten van onze bezwaren zijn;
Bouw appartementen
Bouw 3 villa’s aan de Dwarslaan.
Bouw 18 woningen op het sportterrein.


Wat gaat er goed?
De afgelopen jaren zijn er door de gemeente een aantal maatregelen genomen die het behoud van het dorp ten goede komen. Er is een gemeentelijke monumentenlijst opgesteld, er is een begin gemaakt met een handhavingsbeleid mbt de ruimtelijke ordening, er is een plan goedgekeurd waardoor het Bernardusgebouw kan blijven bestaan en binnenkort zal, weliswaar later dan indertijd is voorgenomen, het functioneren van de welstandscommissie en welstandsnota is (onlangs) geëvalueerd. En hoewel wij de bebouwing van de Blaricummer Meent nog steeds betreuren, hebben wij, gezien de aanpak ervan tot nu toe, er veel vertrouwen in dat daar een fraaie passende nieuwe wijk verschijnt.

Wat ging er mis?
Bij deze vraag moeten we helaas uitgebreid stilstaan. We geven een opsomming:

Ad 1) In het bestemmingsplan dorp is opgenomen een regeling voor aan- en uitbouwen. Die heeft tot gevolg dat er bouwaanvragen zijn ingediend voor overmaatse aanbouwen die de tuinen voor de helft opvullen zoals bij het pand naast de DA drogist aan de Torenlaan. Dit komt omdat er geen limiet is gesteld aan de diepte van een aanbouw. De aanbouw in kwestie is 10m diep, en strekt tot de perceelsgrenzen links en rechts, tot ontsteltenis van de buurman.

Ad 2) Aan de Matthijssen Houtweg 47 stond een woning, nu staan er drie, vlak op elkaar gebouwd. De door de gemeente afgegeven vrijstelling stond haaks op het principe van de anti-dubbeltelbepaling (de eigenaar heeft teveel grond aan derden verkocht waardoor zijn eigen bouwplan niet meer mogelijk was). Ook werd een verdieping van de woning uitgebouwd boven de aanbouw die op zich te dicht op de perceelsgrens was gebouwd. Het bouwplan kwam neer op een ongeoorloofde verbreding van het bouwvlak. Aangezien de gemeente recentelijk in een vergelijkbaar geval handhavend was opgetreden (waar inmiddels de opbouw gesloopt is), begrijpen wij niet waarom dit wel werd toegestaan.

Ad 3) Toen SKB hiertegen protesteerde werd er besloten om SKB niet-ontvankelijk te verklaren! Voormalig burgemeester Kozijn stelde dat onze statuten te algemeen zijn geformuleerd ...... maar vond ze vervolgens kennelijk wel concreet genoeg om te kunnen bepalen dat wij geen belang zouden hebben bij een besluit om bouwvergunning te verlenen! Volgens zijn redenering mag SKB volgens haar eigen statuten wel bezwaar maken tegen
beleid maar niet tegen uitvoering van beleid. Wij zijn in beroep gegaan tegen deze beslissing omdat we willen weten of een bestuur ons op dit soort (formele ) gronden monddood kan maken. Noch wij, noch de bewoners van Blaricum zijn gebaat bij deze tactiek: wij treden op in het belang van een goede ruimtelijke ordening en willen als deskundige partner worden gezien en niet als eenvoudige weg te cijferen querulanten ... Dit maakt ons vele en naar de mening van velen helaas noodzakelijke werk ondankbaar en onmogelijk..

Ad 4) In het hele dorp worden er vele woningen gesloopt en vervangen door veel grotere, worden er panden vergroot en worden de grootst mogelijk bijgebouwen opgetrokken. Hoewel er verschillend wordt gedacht over het belang daarvan, is er daarbij in toenemende mate sprake van een nieuw soort monumentale bouw, die zeker niet door alle bewoners als een verfraaiing van het dorp wordt beschouwd. En het maximaal benutten van bouwmogelijkheden en het hier en daar oprekken ervan leidt sluipenderwijs en onherroepelijk uiteindelijk tot verdichting en verstening. Er lijkt een grote mate van bereidwilligheid te bestaan om deze ontwikkelingen niet in de weg te staan.

Ad 5) Angerechtsweg 12. De het sloop van een rijksmonument en een van de oudste Saksische boerderijen in de wijde omgeving. SKB vroeg al in 2006 aandacht voor de treurige gang van zaken rond dit monument. In 2007 reageerden wij op het feit dat er een sloopvergunning voor deze ernstig verwaarloosde en uiteindelijk grotendeels ingestorte boerderij werd aangevraagd en verleend. Wij besloten daar bezwaar tegen te maken, omdat de gemeente na sloop een belangrijk middel om invloed uit te oefenen op de eigenaar zou missen. Voor een monument mag geen gebruik worden gemaakt van een verleende sloopvergunning totdat de beroepstermijn is afgelopen. Tijdens de ons verleende hoorzitting verklaarde de wethouder dat de boerderij geen monument meer was: de rijksdienst voor de monumentenzorg was langs geweest in het voorjaar 2007 en had het pand dermate verwaarloosd bevonden dat het van de rijksmonumentenlijst zou zijn afgehaald: daarom zouden er geen weigeringsgronden zijn voor de sloopvergunning. Heel vreemd; want het pand staat ook in het beschermd dorpsgezicht. SKB ontdekte vervolgens dat ze totaal verkeerd was geïnformeerd: het pand was helemaal niet van de lijst afgehaald (dat kan ook niet zomaar) en stuurde daarom een aanvulling op haar eerdere bezwaarschrift naar de gemeente. Maanden later (dec: 2007) kwam de beslissing op bezwaar van de gemeente: wij waren niet-ontvankelijk omdat wij er geen belang bij hebben: de boerderij was immers al lang gesloopt! Anders zou het zijn als wij bezwaar hadden gemaakt omdat het om een
monument ging ... dit staat echt in de brief van de gemeente; een waar Catch 22 beleid. Er is nog meer. Deze brief ontvingen wij pas 6 maanden na de datum aanvraag van de sloopvergunning. De gemeente gaf nu dus wel toe dat het pand altijd een monument is geweest, en dat de vereiste monumentenvergunning stilzwijgend (wat is het juiste woord?) is verleend wegens overschrijden van de 6-maanden termijn. Maar dit kan niet want die termijn gaat pas in na de datum van aanvraag van de MONUMENTENVERGUNNING en die is er nooit geweest...Als laatste in deze reeks misstanden, heeft de gemeente zelf een brief naar de minister verstuurt met het verzoek het pand van de lijst te halen. Hierin staat dat het pand grotendeels verwoest was in een storm van 2006 ( de foto’s van 2007 laten zien dat er nog muren intact waren) en dat de boerderij onlangs “helemaal is ingestort ( Carlo heeft de citaat uit de brief aan de minister). Dat dit het werk van een BULLDOZER was, nadat de gemeente abusievelijk een sloopvergunning voor een monument verleende, wordt niet vermeld......

Ad 6) Wij hebben begrepen dat achter het prachtig opgeknapte uiterlijk van het Koloniehuisje op de hoek Noolseweg/Prof. Van Reeslaan (een rijksmonument) het eveneens beschermde interieur is verwijderd en vervangen door een vernieuwd interieur. Een betreurenswaardige en met de wet strijdige ontwikkeling, waarvan wij ons afvragen hoe de gemeente hierop denkt te reageren en hoe ze dit in de toekomst denkt te voorkomen.

Ad 7) de onnodige vasthoudendheid van de gemeente rond de in 2006 ???voorgenomen en door omwonenden bestreden bouw van een villa aan de Noolseweg hoek Matthijssen Houtweg

Wat valt er aan te doen?
Een belangrijk instrument om ontwikkelingen te sturen is een zgn. Beeld Kwaliteit Plan.
Het beeldkwaliteitplan is een instrument voor het kwaliteitsbeheer van het ruimtelijk beeld. Door een beeldkwaliteitplan ontstaat niet per definitie een beter stads- of dorpsbeeld, maar wel kan het het inzicht vergroten en de communicatie bevorderen. Het plan biedt een aanvulling op de plannen volgens de Wet op de Ruimtelijke Ordening (met name op het structuur- en bestemmingsplan) waarin de nadruk ligt op de programmering en bestemming van gebieden en kan uitspraken doen over de gewenste stedenbouwkundige en architectonische vorm en structuur van (een gedeelte van) stad of dorp. Maar ook over de visuele kwaliteiten van de openbare ruimte en van de architectuur, waarbij het behoud of het bereiken
van samenhang tussen architectuur en openbare ruimte essentieel is. (Site Architectuur Lokaal)